In Japan houdt men deze vis al sinds de Edo-periode, ergens vanaf de 17e eeuw, als huisdier - lang voordat de meeste vissen die wij nu kennen ooit een aquarium hadden gezien. De medaka, of Japanse rijstvis, is daarmee een van de oudst gehouden siervissen ter wereld, en die eeuwenlange traditie van selectieve kweek in Japan heeft geleid tot een ongelooflijke diversiteit: er zijn inmiddels meer dan vijfhonderd beschreven kleur- en vinvarianten van deze ene soort, en dat aantal groeit nog steeds.
De "Blue Sparkled" (of Blue Sparkle) vorm die hier wordt aangeboden, dankt zijn naam aan een subtiele, glinsterende blauwe waas over het lichaam, die vooral bij invallend licht goed tot uiting komt - de indruk van kleine, opgloeiende sterretjes op een verder ranke, torpedovormige vis. Mannetjes tonen doorgaans een intensere kleur dan vrouwtjes, en ontwikkelen daarnaast langere rug- en aalvinnen.
In het wild komt de medaka voor in ondiepe, vaak warme wateren over grote delen van Japan en delen van Oost-Azië: rijstvelden (vandaar de naam), moerassen, vijvers en traag stromende beken. De soort is opmerkelijk zouttolerant en kan zich, net als bijvoorbeeld de guppy, aanpassen aan zowel zoet als brak water.
Weinig aquariumvissen zijn zo aanpasbaar als de medaka. De soort verdraagt een breed temperatuurbereik van 16 tot 28°C, en kan in de meeste Nederlandse en Belgische woonkamers zelfs zonder verwarming gehouden worden - buiten in een vijver overwintert de vis in gematigde klimaten bovendien vaak probleemloos. Voor de pH geldt een voorkeur voor neutraal tot licht basisch, tussen 7,0 en 8,0.
Gedragsmatig is dit een rustige, sociale school vis die zich het prettigst voelt in een groep van minstens 6 exemplaren. In een grotere groep vertoont de medaka zijn mooiste, meest natuurlijke zwemgedrag - vaak in verrassend gesynchroniseerde bewegingen - en richt hij zich nauwelijks op andere aquariumbewoners. Dit maakt de soort ook een geschikte metgezel voor dwerggarnalen, al is het raadzaam de garnalen eerst te introduceren, voordat de medaka's worden toegevoegd.
Voor de inrichting werkt een dicht beplant aquarium met fijnbladige planten zoals javamos, aangevuld met drijfplanten, uitstekend: dit biedt niet alleen beschutting, maar bootst ook de natuurlijke leefomgeving in ondiepe, begroeide wateren na. Houd de waterstroming zacht - een instelbare filter met een lage doorstroming heeft de voorkeur.
Wat voeding betreft is de medaka weinig kieskeurig: micro-korrels, vlokken en klein levend of diepvries voer zoals artemia, watervlooien en microwormen worden allemaal met plezier gegeten. Een gevarieerd dieet met regelmatig levend voer versterkt de kleurintensiteit merkbaar.
Dit blijft een compacte soort: de maximale lengte bedraagt ongeveer 3,5 tot 4 centimeter. Vrouwtjes zijn ronder en iets groter dan mannetjes, die zich onderscheiden door langere, meer uitlopende rug- en aalvinnen.
De medaka is een van de meest toegankelijke soorten om mee te kweken, en dat verklaart mede waarom deze vis al eeuwenlang zo populair is in de Japanse hobby.
Wat deze soort bijzonder maakt, is de manier waarop de eitjes na de bevruchting worden gedragen: het vrouwtje draagt haar bevruchte eitjes een tijdje in een klein trosje vast aan de onderzijde van haar lichaam, bij de aanzet van de aalvin, voordat ze deze ergens tussen fijnbladige planten of wortels afzet. Dat maakt het voor de aquariumhouder relatief eenvoudig om het moment van de paai te herkennen en de eitjes op tijd veilig te stellen.
Bij een stabiele temperatuur rond 25°C en voldoende belichting (medaka's reageren sterk op daglengte als paaiprikkel) paren goed geconditioneerde dieren vaak dagelijks. Verwijder de eitjes, met plant en al, naar een apart opvangbakje om te voorkomen dat ze door de volwassen dieren worden opgegeten. Na 7 tot 14 dagen, afhankelijk van de temperatuur, komen de eitjes uit. De piepkleine jongen kunnen al vrij snel na het uitkomen infusoriën en zeer fijn gemalen droogvoer aan, en groeien bij regelmatige voeding verrassend snel.
Voor een kleine groep volstaat al een compact aquarium vanaf ongeveer 30 liter, met een lengte van minstens 30 centimeter. Grotere groepen of gecombineerde bezetting vragen uiteraard om meer ruimte.
Richt het aquarium in met fijnbladige beplanting, drijfplanten en een zachte waterstroming. Dankzij de brede temperatuurtolerantie van deze soort is een verwarming niet altijd nodig - houd wel rekening met eventuele andere aquariumbewoners die mogelijk wél warmer water vereisen.